In vele grote steden in Afrika, en zeker ook in Douala en Yaoundé, leven tientallen kinderen op straat. Ze zijn overgeleverd aan zichzelf, zonder sociale band. Ze hebben geen middelen van bestaan tenzij een occasioneel klusje en moeten jammer genoeg vaak hun toevlucht nemen tot diefstal en prostitutie. Lichamelijk zijn ze ten prooi aan ondervoeding en ziekten, geestelijk aan morele armoede en persoonlijkheidsproblemen. Maar vooral zijn het slachtoffers…

Deze groep jongeren tussen de 8 en 20 jaar bevolken met tientallen, honderdtallen en – in de grootste metropolen – zelfs duizendtallen de straten van de stad. Hun overlevingsstrategie is instrumenteel: pakken wat je krijgen kunt… Ze leven in het ‘hier en nu’ aangezien ze toch geen toekomstperspectief hebben.

Vaak wordt gedacht dat deze straatkinderen het gevolg zijn van de toenemende armoede. Dit zal er zeker een invloed op hebben, maar het is vooral het verlies van een (familiale) context en het ontbreken van sociale opvang die hen de straat op drijft. Echtelijke problemen van de ouders, het overlijden van de ouders (AIDS, malaria) of een religieuze ‘uitstoting’ zijn vaak het startpunt van hun carrière op de straat.

Verstoken van de onontbeerlijke veiligheid van het gezin en de liefde van hun ouders komen de kinderen in een wereld terecht waar zij er alleen voor staan. Angst en vertwijfeling, maar ook kwaadheid en wraakgevoelens zijn hun deel. Ze hebben niets meer te verliezen en leiden een opportunistisch bestaan zonder toekomst. Ze proberen zich te handhaven in een wereld waar misbruik en geweld legio zijn. Voor hen geldt de wet van de sterkste. Daar waar de kinderen aanvankelijk weerloze slachtoffers zijn van die wereld dreigen ze – met ouder worden – zélf geweldenaar, misbruiker, dader te worden.

In mindere mate de overheid, maar vooral vrijwilligersorganisaties proberen deze situatie te keren en de kinderen op te vangen en hen bij te staan om opnieuw een houvast te vinden in de schoot van hun familie of van een of andere organisatie. Ze proberen hen op die manier een nieuw perspectief te bieden weg van de marginaliteit. Dit is een traag en complex proces dat een langdurig engagement vraagt van de hulpverlenende organisatie en haar medewerkers.

Ook in Kameroen is het probleem van de straatkinderen zeer acuut. Naast een aantal andere organisaties is ARED vooral actief in Douala om voor deze kinderen kansen te creëren om een nieuw traject te ontwikkelen binnen de ‘normale’ samenleving.